Algemeen

Bertus en Miriam van Lubek hangen politiepetten aan de wilgen

TUBBERGEN – Veel reizen, blijven inzetten voor de maatschappij maar vooral genieten van elke dag. Dat is het concertprogramma voor de levensuitvoering van Bertus (63) en Miriam (60) van Lubek nu zij hun functies bij de politie hebben verruild voor een welverdiend pensioen. Waar Bertus in september al afzwaaide, beleefde zijn eega Miriam dinsdag 26 november haar laatste werkdag. De kersverse pensionado’s kijken terug op een kleurrijk en boeiend arbeidsverleden. En een beetje politieagent zullen ze naar eigen zeggen altijd blijven.

Na haar opleiding aan de politieschool in Apeldoorn kreeg Miriam, geboren en getogen in Deventer, Tubbergen als standplaats toegewezen. Bertus vertrok vanuit het dorpje Linde bij Dedemsvaart naar hetzelfde politiebureau. De samenwerking leidde uiteindelijk echter tot meer dan het delen van liefde voor het vak.

 

Bon voor de toekomst

Dat het politiepaar na ruim veertig jaar vloeiend op elkaar is ingespeeld wordt al snel duidelijk. Bertus en Miriam maken elkaars zinnen af, vullen elkaars antwoorden aan en verwoorden wat de ander denkt. En dan te bedenken dat dit leven voor Bertus begon met een bon, geen prent van een collega-diender maar een bon uit de televisiegids. “Het was een advertentie vanuit de politie om nieuwe mensen te werven”,  legt Bertus uit. “Die bon knipte ik uit, voegde een handgeschreven brief bij in de envelop en stuurde het geheel op. Niet veel later kon ik beginnen op de politieschool. De opleiding was destijds heel anders dan nu, korter ook.” “Dat klopt”, vult Miriam aan, “maar we hebben daarnaast ook gedurende onze hele loopbaan aan bijscholing gedaan.” Na hun diplomering werd het gezamenlijke station Tubbergen, destijds cluster Noordoost Twente van de Rijkspolitie. “Politievrouwen waren er nog maar weinig in die tijd. Toen ik in Tubbergen kwam te werken was ik gewoon een bezienswaardigheid”,  zegt ze lachend.

 

Veranderd door het moederschap

Na een jaar van samenwerking sloeg de vonk over en een huwelijk volgde. “Daar was mijn baas niet blij mee”,  blikt Mirjam terug. “Hij wilde mij overplaatsen maar ik zei: ‘dat dacht ik niet’. Eigenlijk zijn er verder nog weinig woorden aan vuil gemaakt.” Bertus: “We zorgden dat we niet samen werden ingepland. Dan hadden we thuis ook nog wat te bespreken.” Het stel kreeg twee zoons; Martijn en Erik. Reden voor Miriam om er twee jaar tussenuit te gaan om zich volledig op haar kroost te richten. Maar het kriebelde en de jonge moeder trok het politietenue weer aan. “Het moederschap veranderde me wel”,  laat ze weten. “Sommige zaken grepen me meer aan. In ons vak maak je mooie dingen mee maar ook de meest vreselijke. Ongevallen waar kinderen bij betrokken zijn bijvoorbeeld. Ouders de boodschap moeten brengen dat hun kind is verongelukt is het ergste dat er is. Toch deed ik dat het liefste zelf. Voor dit soort verdrietige gesprekken moet je als politieagent de tijd nemen. Duidelijkheid en zorgvuldigheid zijn hierin heel belangrijk. Dan was het weer fijn dat ik mijn verhaal thuis kwijt kon. Bertus kende dergelijke situaties.”

 

Regisseur van eigen loopbaan

Uiteindelijk ontwikkelde Miriam steeds meer haar specialisme op het gebied van het sociale politiewerk waarbij ze zich bezig hield met onder meer huiselijk geweld en zedenzaken. Ze werkte samen met verschillende netwerkpartners. Bertus had ondertussen, sinds 1999, zijn plek gevonden  bij de verkeerspolitie in Hengelo. De laatste jaren van zijn loopbaan sleet hij bij Team Infra. “Naast verkeershandhaving bracht ik advies uit aan organisaties zoals de gemeente, Rijkswaterstaat en de Provincie”, licht Bertus toe.  “Heel anders dan het normale politiewerk, waar je  achteraf oplossingen zoekt. Hier lag mijn taak aan de voorkant. Dat vind ik een groot voordeel van werken bij de politie: je bent er regisseur van je eigen loopbaan.” “Ja”,  vervolgt Miriam, “En in ellendige situaties sta je vooraan maar met leuke dingen ook. Zo hebben we jaren voorop gereden in de carnavalsoptochten.”

 

Sociaal betrokken

Bij aanvang van beide carrières was het verplicht om te wonen in de standplaats. Miriam en Bertus zijn er na ruim vier decennia zo ingeburgerd dat verhuizen niet aan de orde is. “We zijn Tubbergenaar geworden”,  grapt Bertus. “Ik heb het nooit als hinderlijk ervaren om politieagent te zijn in het dorp waarin ik woon. Het is belangrijk om duidelijk te zijn.” “Je weet dat bijna iedereen in Tubbergen je kent. Natuurlijk word ik weleens aangesproken in de lokale supermarkt”, zegt Miriam. “Maar dan zeg ik dan en dan werk ik weer.” Bertus gaat verder: “Het scheelt ook dat we altijd in het maatschappelijke leven betrokken zijn geweest, bij de volleybal en carnaval. Zelf was ik meer dan twaalf jaar actief in de jaarlijkse carnavalsgala’s van de Schaop’nböllkes. Miriam zit er nog steeds in de organisatie. Dat is het niet alleen hoor. Überhaupt is de mentaliteit van mensen uit deze gemeente sociaal. Een voetbalwedstrijd van STEVO tegen de Tukkers in het verleden trok meer dan zesduizend toeschouwers. Er liepen twee dienders…met de handen in hun zakken. In deze gemeente gebeurt bij dit soort wedstrijden gewoon niets. In de grotere steden kom je in zo’n situatie handen tekort met al die hooligans.”  “De sociale controle is hier groot”, valt Miriam haar man bij. “Er wordt hier ook wel ingebroken. Maar wat er ook gebeurt, er is altijd wel iemand die het ziet. Ik denk oprecht dat Tubbergen de veiligste gemeente van Nederland is. Dat is niet de verdienste van de politie maar van de bevolking zelf. De goede samenwerking tussen organisaties zoals onder andere de gemeente, GGD en Woningstichting dragen hier ook aan bij. Ik heb deze samenwerking altijd als bijzonder prettig ervaren. De korte lijnen bevorderen de algehele hulpverlening. Dat is het allerbelangrijkste.”

 

Dienst met zoon

Vorige week leverde de eerste vrouwelijke agent van Tubbergen haar dienstwapens, portofoon en politietenue in. Ook haar pensioen is nu officieel aan. Echter niet voordat ze haar voornemen had verwezenlijkt. Miriam: “Onze zoon Erik werkt in de horeca, is er helemaal op zijn plek. Martijn heeft onze politiegenen geërfd en werkt als wijkagent in de gemeente Hof van Twente. Ik heb altijd gezegd: aan het einde van mijn carrière wil ik nog een dag dienst doen met mijn zoon. Dat heb ik gedaan en het was fantastisch. Voor de laatste werkdag werd ik van huis gehaald door collega’s in politieauto’s met loeiende sirenes. In colonne vertrokken we naar het politiebureau. Het was één groot spektakel, erg leuk. Wat we nu gaan doen weten we nog niet precies  In ieder geval gaan we wel door met het uitbreiden van onze verzameling politieautootjes. In de vitrinekast is nog plek zat. “Eerst een jaar niks”, antwoordt Bertus meteen. “En veel reizen.” “We hebben een prachtige kleindochter en we willen ons wel blijven inzetten voor de maatschappij”, brengt Miriam in. “Er komt op den duur vast wel iets op ons pad qua vrijwilligerswerk”,  reageert haar wederhelft. “In ieder geval willen we geen verplichtingen meer want dan gaat het weer op werk lijken. We zien het wel verder.” “We gaan vooral genieten.”, besluit de nieuwe oud-agente. “Niet vanaf morgen maar vanaf vandaag.”


Uw reactie