Algemeen

Brandweer Tubbergen huldigt jubilarissen Henry Eppink en Leo Heerts

TUBBERGEN - Maar liefst 40 jaar maken zij al onderdeel uit van het vrijwilligerslegioen van de Brandweer Tubbergen: Henry Eppink (58) en Leo Heerts (65). Ondanks dat het coronavirus roet in het eten gooit van een jubileumfeestje wilde de Tubbergse Brandweer deze bijzondere mijlpaal niet ongezien voorbij laten gaan. Donderdag 1 april werden zij in de brandweerkazerne daarom in een kleine setting toegesproken door kazerne coördinator Brian Wissink en door burgemeester Wilmien Haverkamp die een videoboodschap voor de heren had. 

Het aantal keren dat de vrijwillige brandweerlieden in de afgelopen 40 jaar uitrukten, zijn niet te tellen. Maar nog altijd zetten Leo Heerts en Henry Eppink er zich met hart en ziel voor in. “Het is een hele hechte club. Wie eenmaal bij de vrijwillige brandweer is gaat er bijna nooit meer vanaf”, aldus Eppink.

Meubilair van de kazerne
Henry Eppink en Leo Heerts begonnen respectievelijk 1 april en 1 september 1981 bij de vrijwillige brandweer van Tubbergen. “Beide heren waren een belangrijke schakel in al die jaren”, laat kazerne coördinator Brian Wissink weten. “Zij waren namelijk beschikbaar in de dag situatie omdat ze zelf een eigen onderneming hadden. Leo was agrariër, varkensboer, en Henry had een bedrijf in de installatie techniek. Inmiddels is Leo niet meer, zoals dat heet, repressie actief bij de brandweer als vrijwilliger, dat wil zeggen dat hij mee gaat op uitruk. Maar sinds enkele jaren is hij er werkzaam als technisch medewerker. Henry combineert zijn huidige baan met zijn inzet als brandweervrijwilliger voor Tubbergen in de avonden, nachten en weekenden. Samen stonden ze in al die jaren bij nacht en ontij klaar voor de burgers van de gemeente Tubbergen. Branden en ongevallen; niets was te veel gevraagd. Ondanks dat het leed ook bij hen soms de nodige emoties opriep. Als korps Tubbergen zien wij de heren als meubilair van de kazerne en zijn we dankbaar voor de warme kameraadschap die wij voelen.” Heerts en Eppink kregen een cadeautje en hun echtgenotes ontvingen een bos bloemen.

Henry Eppink heeft geen moment spijt
Jubilaris Henry Eppink kreeg de liefde voor het brandweercorps met de paplepel ingegoten. “Mijn vader was ook 30 jaar bij de brandweer”, vertelt hij. “Ik was net achttien jaar geworden toen mijn vader zei: ‘jij kunt er nu ook mooi bij’. Dat deed ik en ik heb er geen moment spijt van gehad.” In 40 jaar tijd is er volgens de Tubbergenaar wel veel veranderd. “De gemoedelijkheid is anders”, vindt hij. “Vroeger deed je als corps Tubbergen gewoon je werk, en zo goed mogelijk. En bij terugkomst van een uitruk dronk je samen een glaasje bier. Dat gebeurt nu niet meer. Bij terugkomst op de kazerne zetten we nu alvast alles klaar voor een volgende uitruk. Tegenwoordig werkt de brandweer regionaal en zijn er veel meer wetten en regeltjes waar we ons aan moeten houden. Dat is ook goed hoor, tijden veranderen.”

Nog graag een jaartje door
Als tweede verschil met de beginjaren noemt Eppink de opkomst van de sociale media. “Sociale media hebben voors en tegens”, is zijn ervaring. “De alarmering gebeurt veel sneller, je weet direct wat er aan de hand is. Regelmatig worden er zelfs gelijk al foto’s of video’s gestuurd. Een nadeel vind ik dat er soms al foto’s van bijvoorbeeld een ongeval op internet staan voordat de familie of de nabestaanden van het slachtoffer op de hoogte zijn gebracht.” Maar gelukkig is het aantal ongevallen drastisch afgenomen volgens Eppink. “Destijds telden we zo’n tien, vijftien ernstige ongevallen per jaar. Nu nog maar mondjesmaat. De verkeersveiligheid is aanzienlijk verbeterd dankzij onder meer verbeterde wegen en rotondes.” De vuurwerkramp en zware ongevallen maakten de meeste indruk op de vrijwilliger. “De vuurwerkramp was ongelooflijk heftig”, blikt Eppink terug. “En wanneer je actief bent voor de brandweer in je eigen woongemeente kan het voorkomen dat je een slachtoffer van een ongeval kent. Dan doe je in eerste instantie toch je werk, de nazorg komt later. Dat is bij de brandweer overigens heel goed geregeld. We zijn een hecht team. Wie eenmaal bij de vrijwillige brandweer is, gaat bijna nooit meer weg. Ik in elk geval niet, ook niet na 40 jaar. Voorlopig wil ik nog graag een tijdje door.”

Leo Heerts, een trotse brandweerman
Ook jubilaris Leo Heerts kwam via via bij de Brandweer Tubbergen terecht. “Mijn schoonvader was bij de brandweer”, licht hij toe. “Hij kon er altijd mooie verhalen over vertellen. Ik melde mij aan, kreeg een pieper en mocht gelijk mee. Dat is nu wel anders”, zegt hij. “Tegenwoordig volgen vrijwilligers eerst een opleidingstraject van zo’n twee jaar. En dat is niet voor niets. Ervaren brandweerlieden adviseerden mij 40 jaar geleden daarom ook om niet gelijk met de snufferd vooraan te gaan staan bij een uitruk. Maar ik ben behoorlijk ambitieus. En bovendien was ik enorm trots om bij de brandweer te zijn. Voor je begon vroeger, ging je eerst langs een inofficiële ballotagecommissie. Als die vond dat je geschikt was, hoorde je erbij. Het was echt een erebaantje.” De vrijwillige brandweer is voor hem tevens een hobby die een tweede tijdrovende hobby ernaast niet duldt. “Het kost veel tijd. Dat kan potentiële vrijwilligers wellicht afschrikken. Maar degenen die er voor gaan, doen dat vervolgens voor de volle 100 procent.”

Een hecht team is heel belangrijk
Na het verstrijken van de jaren nam de adrenalinestoot door de gillende sirenes op weg naar een brand geleidelijk af. Toch blijft het volgens Heerts telkens weer spannend. Je weet immers nooit wat je aantreft. Evenals bij Eppink heeft de vuurwerkramp in Enschede ook bij hem een onuitwisbare indruk nagelaten. “De impact en de grootte van de explosie waren immens”, vertelt hij. “Er zijn zelfs een aantal collega’s bij omgekomen. Dan is het ontzettend belangrijk dat je een hecht team vormt. Na een brand of een groot ongeval, konden we er nadien altijd samen over praten. De sfeer onderling is heel goed. Sinds een tijdje ben ik niet meer repressie actief maar ondersteun de brandweer door klussen te doen op de kazerne als technisch medewerker. Helemaal loslaten ik de brandweer en het corps nog niet. Misschien over een jaar als ik de AOW-leeftijd heb bereikt, geen idee. Dat bekijk ik tegen die tijd dan wel.”

Foto: Clemens Brughuis