Algemeen

Brandweer Tubbergen maakt water ereteken in het bijzijn van burgemeester Wilmien Haverkamp

TUBBERGEN - Op verschillende plekken in het land hebben brandweermannen en -vrouwen hun omgekomen collega's herdacht. Dat gebeurde met een speciaal water-ereteken. Kazerne Tubbergen maakte een ereboog met twee brandweerspuiten in het bijzijn van burgemeester Wilmien Haverkamp.  

Foto: Clemens Brughuis

Het zit brandweermensen in hun genen, het redden van mensenlevens en zich inzetten voor de samenleving. Hoewel er veel wordt gedaan aan veilig werken, blijft het vak risico's kennen. Dat wordt altijd pijnlijk duidelijk bij berichten over omgekomen brandweermensen. De jaarlijkse herdenking biedt nabestaanden en (oud-)brandweermensen de gelegenheid om de pijn uit het verleden te delen en de verhalen van de omgekomen brandweercollega's te laten weerklinken. Dit om het verlies te delen en de herinnering aan de omgekomen brandweerlieden levend te houden. Op deze manier staat Brandweer Nederland gezamenlijk stil bij de moed en daadkracht van de omgekomen collega's.

Eerbetoon

Overal in het land kon met twee brandweerspuiten een eerbetoon worden gemaakt als een symbool voor de omgekomen brandweermensen. Jaarlijks vindt er op de derde zaterdag in juni een nationale herdenking voor genodigden plaats bij het monument in Schaarsbergen. Het plechtige herdenkingsmoment op die dag wordt gevormd doordat het ereteken om 13.00 uur in werking werd gesteld. De brandweerkorpsen in Nederland maakten, gelijktijdig aan het herdenkingsmoment in Schaarsbergen, het ereteken bij zo veel mogelijk kazernes. Zo stonden er bij de brandweerkazerne in Tubbergen aan de Reutummerweg afgelopen zaterdag zes brandweerlieden van dit korps bij hun gemaakte ereteken, waarbij twee brandweerspuiten precies één minuut een ereboog van water maken. Door het zonnige weer kan in sommige erebogen een regenboog ontstaan. Burgemeester Wilmien Haverkamp van Tubbergen was ook aanwezig bij brandweerkorps Tubbergen om stil te staan bij de nationale herdenking. 

Foto: Clemens Brughuis