Algemeen

‘Die blauwe lampen blijven altijd trekken’
Club Oud-leden Brandweer Tubbergen keert terug naar de brandweerkazerne

TUBBERGEN - Hoe verschillend hun persoonlijkheid ook mag zijn, de oud-brandweerlieden van korps Tubbergen hebben allemaal één ding gemeen: passie voor de brandweer. Nadat hun tijd als vrijwilliger erop zat, misten ze de onderlinge band, het delen van verhalen en de sfeer in de kazerne. De oudgedienden staken de koppen bijeen en besloten de club Oud leden brandweer Tubbergen op te richten. Zes keer per jaren komen de 21 leden samen in de brandweerkazerne van Tubbergen om herinneringen op te halen en bij te praten. Het liefst gingen ze weer mee op uitruk maar dat is helaas voltooid verleden tijd.

Voor sommige clubleden was hun laatste uitruk alweer jaren geleden, anderen zijn recent gestopt. Maar bij iedereen stroomt het bloed nog altijd sneller bij het zien en horen van brandweersirenes. “Die blauwe lampen blijven altijd trekken’”, aldus oud-brandweervrouw Frougje Willems. 

Afkicken van de semafoon

In het dagelijkse leven hadden de oud-brandweerlieden naast hun vrijwilligerswerk bij de brandweer elk hun eigen beroep. “Van automonteur tot dierenarts”, licht Bart Dekker (67) toe. “Zelf had ik een horecabedrijf. Zodra er een oproep kwam, nam mijn personeel de taken over en snelde ik mij naar de kazerne.” Voor Frougje Willems lag dat iets lastiger. “Ik ben koster in de Delle in Tubbergen”,  vertelt ze. “Als er een uitvaart gaande was, kon ik er natuurlijk niet zo vandoor gaan. Wanneer ik thuis was, hield ik er altijd rekening mee. Mijn broek en sokken lagen altijd naast bed zodat ik direct weg kon na een oproep. Zelfs nadat ik was gestopt bij de brandweer betrapte ik mezelf erop dat ik mijn kleren nog klaarlegde. Ik was het zo gewend.” “Voor mij was dat de semafoon”, vult Bart Dekker aan. “Die heb ik na mijn laatste dag als brandweervrijwilliger nog zeker een maand in huis gehad, om af te kicken. Daarna greep ik telkens mis als ik mijn semafoon wilde pakken. Ik mis ’t nog steeds.” 

Hecht team

Oud-brandweercollega’s die elkaar in de loop der tijd troffen, viel het op dat het gemis bij iedereen speelde. Waar ze voordien iedere week tijdens het sporten samen kwamen en elkaar verhalen vertelden, leuke en minder leuke, was het nu toch wel erg stil. Het idee om een club van oud-brandweerlieden op te richten ontstond en werd afgelopen oktober werkelijkheid. De intentie is om zes keer per jaar samen te komen. Om activiteiten te houden zoals een cursus BHV, maar bovenal om verhalen te delen. “We zijn altijd een hecht team geweest” zegt clublid Rob Adema. “Over bepaalde dingen praat je makkelijker met gelijkgestemden.” Oud-collega Ruud Bies (64) knikt instemmend. “Het is fijn om mensen te kunnen redden. Maar soms loopt het anders. Zoals een jochie dat een buurdorp door een vrachtwagen was aangereden en overleden”, memoreert hij. “Terwijl de recherche het ongeval onderzocht, zag ik mensen naar het huis van de ouders lopen. Daar had ik echt wel moeite mee. Dan is het fijn dat je er bent voor elkaar.” 

Speciale koe-takel

Volgens Rob Adema (75) gaat de onvoorwaardelijke steun zelfs verder dan de deur van de brandweerkazerne. “Tijdens een brand in Ootmarsum zakte een brandweerman door het dak en kwam terecht in de vlammen”, vertelt hij. “Zeker een maand lag hij in het brandwondencentrum in Beverwijk. Zijn vrouw wilde er uiteraard graag elke dag naartoe. Vervolgens reed er iedere dag een collega met haar mee naar het ziekenhuis. Ook dan ben je er voor elkaar.”  Naast indrukwekkende ervaringen deelt de club ook mooie momenten. “Met veel boeren in de regio kwam het nogal eens voor dat er een koe vast zat in de betonnen stalvloer”, vervolgt Bart. “Die moesten we bevrijden. Speciaal voor ons werd er een koe-takel ontwikkeld die geschikt was voor elke stal. Al snel deden ook buurtgemeenten zoals Almelo en Oldenzaal daarvoor een beroep op ons. Dat zijn mooie dingen.”

Hulpverlenen in onderdeel van DNA

Elke collega had z’n voorkeur voor werkzaamheden binnen het brede scala aan hulpverlenende taken van de brandweer. Voor Frougje was dat zonder twijfel brand blussen. “Dat gebeurt altijd door koppels van twee”, laat ze weten. “Je moet elkaar dus door en door kunnen vertrouwen en goed kunnen samenwerken.” Bart herinnert zich een voorbeeld waarbij een van zijn collega’s tijdens een brand werd aangevallen door een hond, een grote dobermann. “In een hap beet de hond het halve gelaatsmasker van die collega weg. Zijn maat reageerde echter onmiddellijk en trok zijn maat mee naar buiten. Dat was zijn redding.”

Hoewel de oudgedienden afscheid namen van de spuitslang, is de drang om hulp te verlenen inmiddels een onmiskenbaar onderdeel van hun DNA geworden. “Onlangs had er een ongeval plaats bij mij in de buurt”, merkt Frougje op. “Ik ging er naartoe en stabiliseerde de nek van het slachtoffer in het autowrak. Het zit er gewoon in; waar hulp nodig is help je, ook als ‘voormalig’ hulpverlener.”

De club Oud-leden Brandweer Tubbergen zijn blij dat ze elkaar nu weer regelmatig spreken in hun vertrouwde, tweede huis, de brandweerkazerne in Tubbergen. “Het is toch geweldig”, besluit Bart Dekker. “Op mijn 55e moest ik de sleutel van de kazerne inleveren en nu op mijn 67e krijg ik ‘m terug.”