Uitgaan & Cultuur

Oet de tied
Prof. Dr. Anne van der Meiden (1929-2021)

TUBBERGEN - “Hoo is 't met de kèrke in Tubbig?” Dat was steevast de vraag van Anne van der Meiden als hij en Martin Paus elkander weer eens troffen. Zijn belangstelling voor de kerkelijke gemeenschap van Tubbergen was oprecht. Het relatief klein aantal hervormde gezinnen te midden van een overwegend katholieke bevolkingsgroep fascineerde hem. Gecharmeerd was hij tevens als geboren Enschedeër van de ‘Twentse sproake’ in de omgeving; zo puur vond hij. Dit alles maakte dat hij met genoegen 'op Tubbig angung'.

Ofschoon het al enige jaren geleden is, herinnert Martin Paus zich nog het smeuïge verhaal van Van der Meiden toen hij met z'n vrouw bij Paus op visite was. Daarbij vertelde hij uitermate beeldend over een busreis naar het ‘Twentedinner’ in Den Haag. Een select gezelschap (de zgn. Twentse 'vips’) hadden gezamenlijk in de bus bedacht dat Twente zich ook wel kon manifesteren als een afzonderlijke staat, zonder Haagse invloeden. Per slot van rekening had Twente een eigen taal, een eigen universiteit, een rijksmuseum, een voetbalclub etc. Bekonkeld werd ook, wie op welk departement minister zou worden. Van der Meiden somde een reeks namen op waaronder Henk Kienhuis. Deze oud-Tubbergenaar zou dan bekroond worden tot minister van justitie en zetelen op Huis Singraven (Paleis van Justitie). 

Icoon

Anne van der Meiden was een icoon. Van professie predikant en hoogleraar massacommunicatiekunde. Hij was een meer dan begenadigd spreker. Als hij ergens een lezing hield, dan zat de zaal vol. Maar bovenal, de luisteraars hingen aan zijn lippen. Als een wijs, beminnelijk, veelzijdig en uitermate geestig persoon heeft Paus hem ervaren. Met recht een heel bijzonder mens.

Toen Van der Meiden in Amersfoort woonachtig was, hadden hij en Martin Paus reeds contact. Ze deelden een gezamenlijke passie voor de Twentse taal en historie. Donderdag 3 juni jl., één dag voor zijn 92e verjaardag, is Anne van der Meiden overleden. Als vrijzinnig theoloog, communicatiewetenschapper en auteur was hij bij het grote publiek bekend. Jarenlang was Van der Meiden ook één van de voorgangers in de Twentse kerstdienst, die RTV Oost uitzond op kerstavond. Tevens was hij met enige regelmaat voorganger in diensten van de Koninklijke familie. Zo leidde Van der Meiden de dienst in 2002 van Prins Bernhard jr. en Annette Sekrève. En in 2005 zegende hij het huwelijk in van prins Floris en Aimée Söhngen. 

Biebel

Het levenswerk van Anne van der Meiden betreft wel de 'Biebel in de Twentse sproake', uitgegeven door Jongbloed, Heerenveen. Met dit werk kreeg ons land na de Nederlandse en de Friese Bijbel de derde Bijbelvertaling. De vertaling, waaraan bijna twintig jaar is gewerkt, werd rechtstreeks gemaakt uit het Hebreeuws, Aramees en Grieks. Op 30 oktober 2009 verscheen dit monumentale werk. Een gesigneerd en genummerd exemplaar (16 / 500) van de luxe editie siert de boekenkast van Paus. In die bijbel bevindt zich ook een flyer met de onderstaande, overigens veelzeggende tekst van Van der Meiden: 

'N BIEBEL VERTALEN...

Is 'n karwei van betaansie

'N BIEBEL LOSDOON...

Is nen wiezen doad

'N BIEBEL LEAZEN...

Is 'n vernemstig weark

NOAR 'N BIEBEL LEAVEN...

Dat geet der met strieken...

Boeken

Naast de Twentse bijbel heeft Van der Meiden nog tientallen boeken gepubliceerd. Zowel over theologie, kerk en geloof, reclame, communicatie etc. Maar evenzo heeft hij voor ontiegelijk veel publicaties een bijdrage geleverd. Zo ook voor 'De Hattinks en Tubbergen', de in 2002 verschenen publicatie van Martin Paus. Die bijdrage luidt: 'De macht van het mosterdzaad' met als aanhef:

“De laatste tijd neemt het aantal boeken en boekjes over het verleden van kerkelijke gemeenten en parochies in Nederland snel toe. Samen vullen die kleine geschiedenissen al een aardig stukje plank in mijn boekenkast, want ik moet eerlijk bekennen dat ik er aan verslaafd ben. Gelukkig hebben ook tal van ijverige Twentenaren, als Martin Paus, zich op het verleden van hun eigen kerkelijk leven gestort, met soms onthullende en leerzame resultaten.”

Ook toen Paus in 1997 bezig was met het boek 'De Twentse schrijfster Marie Koopmans' oordeelde Van der Meiden over haar oeuvre:

“Literair gezien zit Marie Koopmans toch in de buurt van de Limburgse Marie Koenen, al was die naar mijn bescheiden mening begaafder. En zeker ook in de buurt van Antoon Coolen, die immers, zij het wat later, uit dezelfde roots voortkwam. Zo'n cultuurportret is erg aardig want daaruit blijkt dat Twente ook een eigen 'roman'- en vertelcultuur heeft gehad vanuit de roomse traditie.” 

Dank

“Voor zijn bijdragen ben ik Anne van der Meiden zeer erkentelijk. Vanzelfsprekend ook voor de verschillende uitnodigingen. De presentatie van de Twentse bijbel, waarbij ook leden van de Koninklijke familie acte de présence gaven, was werkelijk subliem. Het festijn waarbij aan Van der Meiden de Johanna van Burencultuurprijs werd uitgereikt, was eveneens prachtig.

Ik besef dat, nu Van der meiden ‘oet de tied’ is, écht een groot Twentenaar verloren is gegaan. Maar gelukkig, zijn nalatenschap is van blijvende waarde.” aldus Paus. Overigens was Anne van der Meiden zelf helemaal niet beducht voor de dood en evenmin wist hij of er nog iets zou zijn na het aardse leven. Wijselijk meldde hij daaromtrent: “Wiej könt nich alles wetten, en dat’ mo’j zo loaten.”

Tekst: Martin Paus