Terug
foto Jan met vrouw Jan Nijboer met zijn vrouw.
Sport & Vrije tijd

Jan Nijboer: “Zonder de mensen om mij heen, was ik nooit zover gekomen”

GEESTEREN - 500 duiven. Deze moet je voeren, trainen en ook de stront opruimen. Aan de Witteveensweg in Geesteren staat een groot hok speciaal voor die 500 duiven. Sinds 2020 zit Jan Nijboer (48) al in Geesteren en vliegt al sinds 2022 vanaf deze locatie en het was meteen raak. “Samen met de nazaten van mijn topduiven Ariana, Dean, Javink, New Valitas, Olympic Lynn hoop ik mijn doel te behalen: van de duiven leven.”

Met al deze duiven is het voor Jan meer dan een hobby. “Het doel voor mij is om uiteindelijk van de duiven te kunnen leven.” Om dit te bereiken is Jan samen met zijn hokverzorger Bart Booyink hele dagen druk bezig. “Ik sta ’s ochtends vroeg op om de duiven te voeren. Daarnaast heb ik nog twee andere bedrijven: Nijboer woningstoffering en Twentse Vloeren. Deze zorgen er eigenlijk voor dat mijn hobby zo groot is geworden.” Jan begon in 2008 voor zichzelf met zijn woningstofferingsbedrijf. “Na een jaar kwam mijn broertje erin werken en kwam er langzamerhand steeds meer personeel. We zijn nu met tien stoffeerders en drie mensen als winkelpersoneel.”

“No Guts, No Glory”
Op de homepage van Racing Pigeons staat ook niet voor niets de quote ‘No Guts, No Glory.’ Dat typeert de beslissing om van Daarlerveen naar Geesteren te gaan. “Dat was een moeilijke beslissing, vooral omdat wij het in Daarlerveen héél goed hadden. We waren daar vijf jaar aan het bouwen geweest en er was een paradijs voor de duiven ontstaan.” Tijd om rustig aan te doen zou je zeggen, maar buren gooiden roet in het eten. “Zij gingen lastig doen en het houden van duiven werd steeds moeilijker. Toen kwam de huidige locatie in beeld en heb ik met mijn vrouw er nachtenlang over nagedacht of we de stap wel of niet moesten maken.”
Uiteindelijk heeft de familie Nijboer toch besloten om naar Geesteren te verhuizen. “Het was een grote en moeilijke stap, want er zijn heel veel dingen die niet in mijn controle liggen, waardoor het ineens zuidwaarts kan gaan. We kunnen met de duiven een heel slecht jaar hebben of er gebeurt iets bij één van de bedrijven.”

foto stal bovenaf

De bouw
“Na vijf jaar bouwen in Daarlerveen waren mijn vrouw en ik er echt klaar mee, dus we haalden ons wel iets op de hals met dit project.” Met het kopen van deze grond kon de hobby van Jan uitgebreid worden. “Ik heb met de koop ook besloten om van de duiven meer werk te maken. Samen met Henri Dekker heb ik het hok ontworpen. We hebben lang zitten nadenken over wat er allemaal in moest. Ik wilde graag dat er veel automatisch was, zodat daar minder werk in zit.”
En het bouwen, dat was ook nog een hele klus. “Ik heb de gehele stal zelf gebouwd, maar daar heb ik enorm veel hulp bij gehad. Familie, vrienden, kennissen en de buren. We zijn met elkaar avonden bezig geweest. Al deze fantastische mensen hebben mij enorm goed geholpen om het hok zo goed en mooi mogelijk te krijgen. En ik kon vrij snel beginnen met de fok van de duiven, dat was al in 2022.”

“Iedereen hield bij ons in de familie duiven”
Het duivenvirus, dat had Jan al te pakken voordat hij de stap naar Geesteren of Daarlerveen maakte. “In mijn geboorteplaats Westerhaar hield iedereen duiven. Bij ons in de straat waren er al zeventien duivenhouders. En dat niet alleen, mijn vader en oom hadden allebei ook duiven. Vroeger moest ik dan mijn vader (Hilbert Nijboer) helpen met het schoonmaken van het hok en mocht ik uiteindelijk steeds meer doen.” Maar voor Jan moest het hokje van zijn vader serieuzer. “Als ik iets doe, dan doe ik dat ook voor de volle 100% en vaak nog wel 110%. We begonnen uiteindelijk ook een aantal wedstrijdjes te winnen en toen pakte mijn vader het ook serieuzer op.”

"Als ik iets doe, dan doe ik dat ook voor de volle 100% en vaak nog wel 110%"

“Toen ik enkele wedstrijdjes won, kregen we de smaak te pakken. We begonnen het beiden steeds leuker te vinden en werden fanatieker.” Uiteindelijk heeft Hilbert hem enorm geholpen. “We zijn goede sparingspartners. Ik wil nog wel eens wat anders doen en dan kan hij mij weer met beide benen op de grond zetten. Hij is ook meer van het type ‘het is zo goed, waarom zou je het anders doen’, maar ik weet zelf ook dat ik moet blijven vernieuwen. En die vernieuwingen, die gaan soms goed en soms ook niet. Maar als ik stil ga staan, dan ga ik achteruit”

Foto Jan Jan Nijboer met zijn vader Hilbert en Bart Booyink.

De voorbereiding
Voordat je een duif kunt laten vliegen, gaat er ongeveer anderhalf jaar aan vooraf. “Als je aan duivensport doet, dan heb je twee belangrijke dingen: het vliegen zelf en het fokken van duiven. Zodra de duiven goed vliegen, dan krijgen zij een naam en kunnen ze opvallen. Maar de fokkerij, daar zit de toekomst in. Zodra je twee goede duiven hebt en die met elkaar fokt, dan heb je een grotere kans om een nog betere te krijgen, dan als dat niet gebeurt.”

Nadat de juiste duiven gefokt zijn, dan begint het echte werk. “Ik moet dan de duiven verzorgen, voeren en trainen. Om ze te trainen laat ik ze twee keer per dag één uur rondvliegen, hier in de buurt. Na een uur doe ik de hokken los, fluit ik één keer en zijn ze weer thuis voor het voer.”

Als je de duiven goed fokt, dan kunnen ze zoveel geld opleveren. “Ik heb wel eens een bod voor Ariana gehad en dat was een heel mooi bedrag. Ik heb toen ‘nee’ gezegd, omdat ik hoop dat de verkoop van de jonge duiven mij net zoveel op gaat leveren. Althans, dat proberen wij.”

Schermafbeelding 2026-07-01 om 11.35.29

Vereniging
Jan is lid van De Luchtbode, de duivenvereniging van Tubbergen. “Ik ben heel blij met de jongens van de vereniging. In de duivensport is veel afgunst en dat is veel groter als je het een beetje goed doet.” Het aantal duiven van Jan is vele malen groter dan van de gewone hobbyvliegers. “Ik heb zelf 500 duiven, maar als ik kijk naar de anderen, dan zitten zij op ongeveer 80 duiven. Voor hen is het dan dus ook als darten tegen Michael van Gerwen, terwijl je zelf gewoon af en toe in de kroeg een pijltje gooit.” Maar samen met De Luchtbode heeft Jan een goede oplossing gevonden. “Ik doe met 80 duiven mee, maar ik laat alleen de eerste acht duiven meetellen in de score. Zo hou ik voor de andere leden ook nog het plezier erin en kunnen zij er ook van genieten. Ik ben dan ook blij dat dit zo kan.”

De andere kant van de medaille
Jan vindt de sport heel leuk, maar zou soms wel eens een beetje rustiger aan willen doen. “Met de 500 duiven die ik heb, is het rustig aandoen heel moeilijk. De duiven hebben dagelijks aandacht en verzorging nodig en dit kan Jan alleen maar op de beste manier en dat brengt ook veel werk met zich mee.”

De hulp
Maar gelukkig hoeft Jan de duiven niet alleen te verzorgen. “Ik heb een hele goede vent in dienst, Bart Booyink. Hij helpt mij enorm goed op de boerderij met alles schoonmaken en zorgt ervoor dat het soepel loopt.” Maar Bart is niet de enige die hem helpt, de familie is er ook druk mee. “Mijn kinderen helpen mij vaak op zaterdag met het schoonmaken van de hokken, daarnaast is mijn vader hier ook nog wel eens te vinden.” Maar zijn vrouw is toch wel de beste. “Ik heb heel veel geluk gehad met mijn vrouw. Zij wil graag dat de duiven goed gaan en neemt dan een deel van de vloeren over. Het is van ons allemaal een teamprestatie.”

De toekomst
Voor Jan is de toekomst nog koffiedikkijken. “Met tien jaar hoop ik dat alle zaken goed lopen. Dat ik iets afstand kan nemen van de stoffering, dat we een manager in de winkel hebben, zodat ook mijn vrouw een stap terug kan doen.”

Jan hoopt binnen drie jaar de stip aan de horizon bereikt te hebben. “Tien jaar geleden was die stip nog heel ver weg, ik zat toen op 50%, nu zit ik op 80% en die laatste 20%, dat wordt zeer lastig, maar ik ga het wel halen. Daar heb ik vertrouwen in.”

Op televisie
Naast alle bezigheden als stoffeerder is Jan in september ook te zien in de BNNVARA-serie De Duivenclub. In deze serie worden er een aantal families met duiven gevolgd. “Ik had afgelopen week een draaidag. Als het dan goed gaat is het wel leuk, zo’n cameraploegje. Maar de laatste keer was dit wat minder, hierdoor kon ik die mensen wel wegkijken. En dat hoort er ook bij.”