Terug
Afbeelding1 boerenzwaluw in de lucht “Plots is het er weer, eind maart of begin april: het vertrouwde gekwetter op een zachte lentedag. “Eén zwaluw maakt nog geen zomer”, zegt men dan. Maar van binnen voel je: het komt goed!”

Huis- en boerenzwaluwtelling in Geesteren, randje Langeveen en Harbrinkhoek

GEESTEREN - Voor de Vogelwerkgroep Geesteren en SOVON (vogelonderzoek Nederland) worden in Geesteren en het randje van Langeveen en Harbrinkhoek, grenzend aan Geesteren, al jarenlang de aantallen huis- en boerenzwaluwen geteld. Geteld wordt het aantal bebroede nesten op locatie.

Daling en stabilisatie
De telling door de jaren heen laat zien dat sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw het aantal zwaluwen flink is gedaald. Geschat wordt dat het gaat om een daling van gemiddeld zo’n 50%. Redenen hiervoor zijn o.a.: de moderne stallenbouw (damwand) waardoor er geen hechting meer is voor de te metselen nesten, afname van modderpoelen door verharding van erven en wegen waardoor minder bouwmateriaal (modder, mest, klei en/of leem) beschikbaar is en het ontwateren van landerijen wat leidt tot minder aanbod van insecten. 
Ook extreme omstandigheden tijdens de trek in het voor- en najaar als zandstormen in het Sahelgebied en droogte kunnen leiden tot een sterke daling van de aantallen. Het merendeel van de zwaluwen overwintert in Centraal Afrika, ten zuiden van de Sahara en de Sahellanden. Voor een klein vogeltje als de zwaluw is de tocht elk jaar weer een zware beproeving.

Gelukkig laten de cijfers van de tellingen de laatste tien jaar zien dat er sprake is van stabilisatie. Soms zelfs zijn er jaren met een geringe toename van de aantallen. De laatste twee jaar is er echter helaas sprake van een lichte daling. De grafieken laten zien dat de aantallen fluctueren. Hopelijk zien we in 2027 weer een stijging en komt er een eind aan de daling.  

Maatregelen
Boeren in onze regio zijn blij met de aanwezigheid van de zwaluwen. Met maatregelen als modderbaden, kunstnesten, kwetterdraden, zwaluwtillen en bloeiende akkerranden voor meer aanbod van insecten zijn zij ware gastheren voor de zwaluwen. Het is een win-winsituatie. De broedmogelijkheden voor de zwaluwen worden vergroot en de boer is blij, omdat een zwaluwpaartje met jongen in het nest, tot wel zo’n 7000-9000 insecten per dag vangt als voer voor de jongen. En dat scheelt een heleboel muggenbulten… En dan is het ook nog eens zo dat, als de omstandigheden gunstig zijn, een zwaluwpaartje wel twee tot drie legsels per jaar kan hebben.

Herkennen huis- en boerenzwaluw
De huiszwaluw nestelt hoofdzakelijk aan gevels in een gesloten nest met een nauwe ingang naar beneden. De boerenzwaluw is veelal te vinden in de stal, bijv. op een spant of gording in een open nest. Opvallend is dat zwaluwen vaak jaarlijks trouw terugkeren naar dezelfde nestplaats als het jaar daarvoor.  De huiszwaluw is te kennen aan een wat kortere, gevorkte staart, terwijl die van de boerenzwaluw lang en gevorkt is. Ook kun je de vogels herkennen aan hun kleur. De boerenzwaluw heeft een metaalglanzende rug en crèmekleurige buik en een opvallend roodbruine keel met een zwarte band over de borst. De huiszwaluw is wit en zwart gekleurd (wat haar de bijnaam nonnetje oplevert). Ook opvallend bij deze vogel is de witte stuit.

Afbeelding3 nest met jonge boerenzwaluwen

Het tellen
Zwaluwtellers Harrie Nobbenhuis (vogelwerkgroep Geesteren) en Herman Braakhuis (coördinator SOVON, landelijke zwaluwtelling regio Noordoost-Twente) bezoeken van jaar tot jaar dezelfde locaties om zo goed te kunnen monitoren hoe het met de stand van de zwaluwen is gesteld. Geteld wordt er eind juli of begin augustus. De boer en/of boerin begeleiden Harrie en Herman doorsnee met de telling.

Bebroede nesten van huiszwaluwen tellen is redelijk eenvoudig. Uitwerpselen onder het nest of kopjes van jonge zwaluwtjes die uit het nest steken in afwachting van vader of moeder met een portie insecten maken duidelijk dat het gaat om een bebroed nest. 
De boerenzwaluw is een ander verhaal. Deze zwaluwen broeden, zoals gezegd, vaak in de stal. De uitwerpselen verdwijnen met de koeienmest door de roosters en het is dan ook moeilijk vast te stellen of het gaat om een oud of nieuw nest. Indien de jonge vogeltjes hun kopje boven de nestrand uitsteken, weet je dat het nest bebroed is. Meestal helpen de boer of boerin de tellers met de telling van de boerenzwaluwen.  Dagelijks zijn zij in de stal en weten welke nesten door de zwaluwen bezocht worden en welke niet.

Harrie en Herman zijn de boeren, uiteraard in eerste instantie mede namens de zwaluwen, dank verschuldigd voor hun gastvrijheid en medewerking. Overal worden de tellers hartelijk ontvangen en menig kopje koffie wordt met de boer en boerin genuttigd. De zwaluwtellers hanteren dan ook van harte de leus: “Geen boer, geen zwaluw!”.

Afbeelding2 huiszwaluwjongen in natuurlijk nest, gedeeltelijk gemetseld aan een kunstnest

De aantallen 2026:
Huiszwaluw:
Aantal bezochte locaties: 52
Totaal aantal bewoonde nesten (kunst- en eigen nesten): 325 (2025: 353)
Totaal aantal kunstnesten: 151
Aantal bewoonde kunstnesten: 87 (bezettingsgraad: 57,6%
Gemiddeld aantal bewoonde nesten per bezochte locatie: 6,8

Boerenzwaluw:
Aantal bezochte locaties: 52
Aantal bewoonde nesten (eigengemaakt): 274 (2025: 292)
Gemiddeld aantal bewoonde nesten per locatie: 5,2

Huiszwaluw, top 3 grootste locaties: 
1: 41 bewoonde nesten
2: 35 bewoonde nesten
3. 32 bewoonde nesten

Boerenzwaluw, top 3 grootste locaties:
1: 25 bewoonde nesten
2: 24 bewoonde nesten
3: 21 bewoonde nesten

“En, laten we eerlijk zijn, hoe mooi is het om tot in lengte van jaren in het ontluikende voorjaar het gekwetter van de zwaluw te horen op een zachte lentedag…”