DENEKAMP / TUBBERGEN - Al vanaf 2003 wordt door Vogelbescherming Nederland de Nationale Tuinvogeltelling georganiseerd. Het is het grootste door burgers uitgevoerde wetenschappelijke project van Nederland. Het leverde in één weekend (30 en 31 januari en 1 februari) wederom veel extra informatie op over de aantallen vogels die in en in de buurt van Nederlandse tuinen aanwezig zijn Foto 1 In principe kan iedereen die dat leuk vindt hieraan meedoen. Landelijk deden dit jaar aan de telling maar liefst 136.903 deelnemers mee. Zij telden gezamenlijk 1.898.916 vogels. De aanwezigheid van veel vogelsoorten in onze tuinen is niet vanzelfsprekend. Lang niet iedereen heeft een vogelvriendelijke tuin, waarin voedsel te vinden is en waar er kan worden gebroed. Zo zien we al jaren dat de huismus en de merel het langzaam maar zeker steeds moeilijker beginnen te krijgen.
Deelname vanuit de gemeenten Dinkelland en Tubbergen
Ook in de gemeenten Dinkelland en Tubbergen heeft menigeen meegedaan aan deze telling. Het ging dit jaar om 303 tellocaties, wat - verdeeld over 60 soorten - in totaal 7060 vogels opleverde. Vorig jaar lagen die aantallen op respectievelijk 203 locaties en 4944 vogels. Forse verschillen dus; niet alleen bij het aantal tellocaties, maar ook van het aantal vogels. Niet duidelijk is of dit te maken had met toegenomen belangstelling of dat de tamelijk koude weersomstandigheden een rol hebben gespeeld. Prettig was dat men na invoering van de gegevens meteen kon zien wat er nog meer in de buurt was waargenomen.
De resultaten
Onderstaand de top 25. Qua soorten zijn er veel overeenkomsten met de landelijke gegevens.
Dinkelland en Tubbergen
Totaal
1 Koolmees 1244
2 Pimpelmees 985
3 Huismus 797
4 Houtduif 465
5 Merel 456
6 Vink 391
7 Kauw 365
8 Roodborst 285
9 Zwarte kraai 263
10 Ekster 203
11 Heggenmus 186
12 Turkse tortel 166
13 Grote bonte specht 111
14 Holenduif 110
15 Stadsduif 84
16 Gaai 83
17 Winterkoning 80
18 Boomklever 57
19 Kramsvogel 54
20 Groenling 51
20 Spreeuw 51
20 Staartmees 51
23 Koperwiek 41
23 Boomkruiper 41
25 Buizerd 31
Zoals uit zowel de landelijke cijfers als die uit de gemeenten Dinkelland en Tubbergen blijkt, heeft de koolmees de koppositie overgenomen van de huismus. In “onze” gemeenten is ook de pimpelmees de huismus voorbijgestreefd. Bij alle 22 eerdere edities eindigde de huismus nog als onbetwiste koploper. In de 12 woonkernen in de gemeente Dinkelland werden 57 vogelsoorten gespot, waartoe leuke soorten als putter (17), groene specht (16), staartmees (14, grote zilverreiger (12), appelvink (8), zanglijster (7), sperwer (6), steenuil (5), sijs (5), kleine bonte specht (4), raaf (2), middelste bonte specht (2), ijsvogel (2), bosuil (2), kerkuil (2), goudhaan (2), torenvalk (2), grote lijster (2), ooievaar (1), ringmus (1), grote gele kwikstaart (1), witte kwikstaart (1) en zwarte specht (1). In de gemeente Tubbergen bleef in de 13 woonkernen de teller steken op 47 soorten. Opvallende soorten waren hier stormmeeuw (27), groene specht (11), raaf (9), bosuil (5), sperwer (4), torenvalk (2), keep (3) zwarte mees (3), steenuil (2), goudhaan (2), kleine bonte specht (2), ijsvogel (1), ringmus (1) en tjiftjaf (1).
Wat verder opviel:
In het recente verleden kwam de huismus in de meeste tuinen voor. Ook de merel stond daarbij veelal in de top 3. Dat is intussen duidelijk anders. Bij de verwerking van de gegevens is namelijk berekend welke soorten het meeste in onze tuinen worden gezien. Daartoe zijn de gegevens van 10 uitgesproken tuinvogelsoorten onder de loep genomen. De koolmees scoorde het hoogst met 88 %, gevolgd door de pimpelmees met 78 %, de roodborst met 71 %, de merel met 69 %, de houtduif met 66 %, de vink met 49 %, de huismus met 47 %, de heggenmus met 38 %, de Turkse tortel met 23 % en de winterkoning met 20 %. Wat verder opviel was dat roodborst, heggenmus en winterkoning vaak met 1 exemplaar per tellocatie werden genoemd en soorten als merel, kauw en Turkse tortel veelvuldig met tweetallen. De duiven deden het dit jaar niet onverdienstelijk. Genoteerd werden al met al 465 houtduiven, 166 Turkse tortels, 110 holenduiven en 84 stadsduiven De lijsterachtigen (m.u.v. de merel) waren niet “en masse “aanwezig, maar werden toch meer gezien dan voorgaande jaren. De kramsvogel werd 53 keer gemeld, de koperwiek 41 x, de zanglijster 15 x en de grote lijster 2 x. Aan de Nationale tuinvogeltelling mochten ook scholen meedoen. Het was mooi dat de Willibrordusschool in Deurningen hiervan gebruik heeft gemaakt. Samen telden ze 50 vogels, verdeeld over 14 soorten. Verder heeft de Natuur- en Vogelwerkgroep “de Grutto” zowel op basisschool ’n Boaken in Agelo als ook op basisschool de Veldkamp weer tientallen kinderen blij gemaakt met het maken van een eigen voederhuisje, compleet met uitleg in de klas hoe de vogels te helpen in de winter. Ook zij mochten meedoen aan de landelijke tuinvogeltelling Veel vogelliefhebbers hebben weer volop kunnen genieten van hun “eigen tuinvogels”. Uit alle verzamelde telgegevens is inmiddels gebleken hoe belangrijk onze tuinen zijn voor veel van onze gevleugelde vrienden. De volgende telling staat gepland van vrijdag 29 januari tot en met zondag 31 januari 2027. Van de Nationale tuinvogeltelling 2026 is een uitgebreid verslag samengesteld met veel extra informatie. Dit alles is te lezen op de website: www.nvwgdegrutto.nl
Samenstelling en foto’s: Wim Wijering, namens de Natuur- en Vogelwerkgroep “de Grutto”.