Op tafel ligt het nieuwe, rijk geïllustreerde boek van Hans Ibelings over de Twentse architect Pi de Bruijn. Voor veel Nederlanders is De Bruijn vooral bekend als ontwerper van de nieuwe Tweede Kamer. In Twente wordt zijn naam vooral verbonden met de wederopbouw van Roombeek in Enschede, die mede dankzij zijn inzet uitgroeide tot een belangrijk ijkpunt in de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Terwijl ik door het boek blader, dringt een gedachte zich steeds nadrukkelijker aan mij op: waarom is er eigenlijk nog geen boek verschenen over Fred Schoen? Wie zich meer dan een halve eeuw met hart en ziel heeft ingezet voor de architectuur en stedenbouw van Amsterdam, verdient immers zelf ook een plaats in de boekenkast!
Onlangs was ik te gast bij Fred Schoen. Zijn appartement, fraai gelegen aan de rand van Amsterdam, vlak bij de Johan Cruijff ArenA, ademt de sfeer van iemand die zijn leven lang nieuwsgierig is gebleven. Boeken hebben er vrijwel iedere beschikbare meter veroverd.
In woonkamer, hal, keuken, slaapkamer en zelfs toilet staan boeken over architectuur, stedenbouw, kunstgeschiedenis, fotografie en literatuur. Een leven lang kijken, lezen en nadenken is hier samengebracht. Tussen al die boeken bevinden zich ook zijn eigen ontwerpen.
Zelfs de toiletdeur vertelt een verhaal. De binnenzijde is één grote kalender waarop bezoekers hun naam schrijven. In de loop der jaren groeide deze uit tot een onverwacht gastenboek, gevuld met handtekeningen van vrienden, collega's en vakgenoten. Ook Pi de Bruijn heeft er zijn naam achtergelaten. Bij mijn vertrek ontkwam ik er evenmin aan.
Wie Fred Schoen kent, weet dat zijn belangstelling verder reikt dan het ontwerpen van gebouwen. Voor hem is Amsterdam geen verzameling bouwwerken, straten en pleinen, maar een levend geheel waarin iedere gevel en straat een geschiedenis vertelt. Architectuur staat nooit op zichzelf; zij krijgt betekenis door de stad waarvan zij deel uitmaakt. Die overtuiging vormt een rode draad in zijn werk en publicaties.
Zijn belangstelling voor landschap, geschiedenis en architectuur reikt verder dan Amsterdam. Ook Twente kent hij goed. De streek en haar omgeving spreken hem aan, evenals de geschiedenis die in landschap en gebouwen besloten ligt. Door de jaren heen bouwde hij er contacten op, onder meer met de families Van Heek en Stroink. Het past bij zijn brede blik, die zich niet laat begrenzen door één stad of vakgebied.
Al tientallen jaren mengt Schoen zich in het debat over de ontwikkeling van Amsterdam. Hij schrijft over architectuur, monumentenzorg, stedenbouwkundige plannen en de vraag hoe een historische stad zich kan vernieuwen zonder haar karakter te verliezen.
Wanneer hij vindt dat de ruimtelijke kwaliteit van de stad in het geding is, laat hij van zich horen. Zijn argumenten zijn zorgvuldig onderbouwd, maar zijn betrokkenheid is nooit vrijblijvend. Hij kijkt niet alleen naar een gebouw of plan, maar vooral naar de betekenis ervan voor de stad als geheel.
Zijn betrokkenheid beperkt zich niet tot schrijven en ontwerpen. In zijn fotografische project Cirkel Lijn legde hij jarenlang vast hoe Amsterdam verandert. Oude gebouwen verdwijnen, nieuwe verrijzen en vertrouwde stadsbeelden maken plaats voor iets nieuws. Zijn foto's tonen een stad in beweging, maar ook de blik van iemand die begrijpt dat iedere verandering iets toevoegt én iets wegneemt.
Nog immer mengt Schoen zich in discussies over hoogbouw, verdichting en de bescherming van het historische stadsbeeld. Niet vanuit nostalgie, maar vanuit de overtuiging dat vooruitgang alleen waarde heeft wanneer zij voortbouwt op wat er al is. Behoud en vernieuwing hoeven elkaar niet uit te sluiten; juist hun samenspel kan architectuur van blijvende waarde opleveren.
Fred Schoen behoort misschien niet tot de architecten wier naam het grote publiek onmiddellijk herkent. Binnen de wereld van de Amsterdamse architectuur en stedenbouw geniet hij echter al jarenlang aanzien. Niet alleen vanwege zijn ontwerpen, maar ook vanwege zijn kennis, historische besef, scherpe blik en vermogen om steeds opnieuw de juiste vragen te stellen.
Schoen kijkt naar Amsterdam zoals anderen naar een goed boek kijken: aandachtig, nieuwsgierig en met oog voor wat tussen de regels staat. Hij leest de stad, onderzoekt haar geschiedenis en vraagt zich voortdurend af hoe zij zich kan ontwikkelen zonder zichzelf te verliezen.
Wie zijn appartement verlaat, neemt meer mee dan de herinnering aan duizenden boeken, bijzondere ontwerpen of een toiletdeur die in de loop der jaren een klein monument van vriendschap is geworden. Je vertrekt vooral met het besef dat een stad mensen nodig heeft als Fred Schoen: scherpe waarnemers die haar niet alleen helpen vormgeven, maar haar ook blijven lezen, bevragen en koesteren.
Juist daarom verdient niet alleen het werk van Fred Schoen een plaats in de geschiedenis van de Amsterdamse architectuur, maar ook zijn verhaal. Misschien wordt het tijd dat er een boek over hem verschijnt.
Martin Paus